Provincies Nederlands en Belgisch Limburg presenteren eerste grensoverschrijdende woonmonitor

In de nieuwe Grensoverschrijdende Woonmonitor, gepresenteerd op 29 november, staat het antwoord op vragen als: is het aantal Nederlanders dat zich in Belgische gemeenten vestigt de laatste jaren af- of toegenomen en hebben ze zich permanent gevestigd of zijn ze terug naar Nederland gemigreerd? Groeit het aantal huishoudens minder snel of neemt zelfs af en welke weerslag heeft dit op de woningvraag? En gebeurt dit in de gehele grensregio op dezelfde manier?

Aanleiding
Deze en meer vragen waren onder andere de aanleiding voor het starten van het project ‘Grensoverschrijdende woonmonitor Belgisch en Nederlands Limburg’. Gedeputeerde Daan Prevoo en zijn Belgische collega’s Frank Smeets en Inge Moors sloten begin 2017 hiervoor een samenwerkingsovereenkomst af tussen beide provincies. De eerste resultaten van deze woonmonitor werden op 29 november toegelicht aan burgemeesters, wethouders en ambtenaren van de betrokken grensgemeenten. “Op de eerste plaats weten we door het bij elkaar brengen van kennis van de woningmarkt in deze gemeenten gewoonweg meer over elkaar. Dit is een hele belangrijke eerste stap, die nu gezet is. We praten dan ook vanaf nu hopelijk niet meer alleen over elkaar, maar vooral met elkaar”, aldus gedeputeerde Daan Prevoo (Nederlands Limburg). Hij daagt de betrokken gemeenten dan ook uit om de contacten die nu gelegd worden, in de toekomst te gebruiken en te verstevigen  aan beide zijden van de landsgrens.

Bevolkingsafname, huishoudens en emigratie
In de monitor staat dat in de Nederlandse grensgemeenten tegen 2030 een afname van de bevolking verwacht wordt en in in de Belgische grensgemeenten valt, op enkele uitzonderingen na, de groei van de bevolking stil. De vergrijzing en gezinsverdunning zorgen er nog wel voor dat de afname van het aantal huishoudens in de grensregio beperkt blijft. De ‘nieuwe’ huishoudens zijn veelal één- en twee persoonshuishoudens, wat zich uit in de vraag naar een kleiner type woning.

De druk van geëmigreerde Nederlanders in de Belgische grensgemeenten is zo goed als weg. De laatste vijf jaar verhuisden 5.300 Nederlanders naar de negen Belgische grensgemeenten. In dezelfde periode verhuisden echter ook 4.400 Nederlanders terug naar Nederland. Dit brengt het migratiesaldo van Nederlanders in deze jaren over de gehele grensregio op 900. Dit is duidelijk lager dan de voorbije periodes.

Een andere belangrijke vaststelling uit de monitor is dat aan Nederlandse zijde de groei van het aantal huishoudens in evenwicht is met de groei van het aantal woningen. In de Belgische grensgemeenten daarentegen groeit het aantal woningen sterker dan het aantal huishoudens. Een goede afstemming tussen woningaanbod en -vraag is dan ook noodzakelijk, niet alleen wat het aantal woningen betreft, maar ook welk type woningen nodig is.

Betekenis voor planvorming
Dit betekent  dat er nu al nagedacht wordt over de toekomst van het bestaande woonvastgoed. Voor nieuwe projecten zal er minder, anders en op andere plaatsen gebouwd moeten worden. Bovendien zet het ruimtelijke beleid steeds sterker in op verdichting van de kernen en hergebruik van bestaand vastgoed. “Er moet nagedacht worden over hoe om te gaan met de lintbebouwingen aan Belgische zijde”, aldus gedeputeerde van ruimtelijke ordening van Belgisch Limburg, Inge Moors. “De provincie is goed geplaatst om gemeenten te ondersteunen bij het in beeld brengen van deze regionale invloeden”, besluit gedeputeerde wonen van Belgisch Limburg, Frank Smeets.

Andere conclusies uit de grensoverschrijdende woonmonitor:

•             De grensregio telt in totaal ca. 55.000 sociale huurwoningen. Hiervan staan er meer dan 50.000 in de Nederlandse grensgemeenten (25 % van alle woningen) en maar ca. 4.500 in de Belgische grensgemeenten (5,8 % van alle woningen). Waar in België het aantal sociale woningen in de periode 2008-2016 met ca. 500 toenam, nam dit aantal aan Nederlandse zijde af met 2.200 woningen.

•             Er worden meer appartementen gebouwd in beide landen, doch in mindere mate in de Nederlandse gemeenten. Ook het aantal eengezinswoningen neemt nog toe. Bij de eengezinswoningen is ruim de helft in de Belgische gemeenten een vrijstaande woning, vergeleken met één derde aan Nederlandse zijde.

•             Verkoopprijzen van zowel eengezinswoningen als van appartementen zijn tussen 2008 en 2016 gestegen in de Belgische grensgemeenten. In de Nederlandse grensgemeenten zijn de gemiddelde prijzen voor eengezinswoningen gedaald met als dieptepunt 2014. De prijzen voor appartementen zijn stabiel gebleven.

•             De leeftijd van de woningen is vergelijkbaar aan beide zijden van de grens: zo’n 1/3de van de woningen in de totale grensregio is gebouwd voor 1961, 1/3de in de periode 1962-1981, en 1/3de na 1981.

•             Belgen zijn vaker eigenaar van hun woning (74,4 %) dan Nederlanders (60,6 %). Het aandeel eigenaren neemt wel af.

Alle cijfers en het digitale rapport van de grensoverschrijdende woonmonitor zijn terug te vinden op de website https://grenswonen.incijfers.org

Zoeken

Uitgelicht

Zoeken